pianist, cultureel ondernemer

Alexander Buskermolen

lees mijn weblog

Nieuwe zakelijk leider Ricciotti Ensemble benoemd: Alexander Buskermolen per direct in charge bij straatsymfonieorkest

Persbericht, 25 mei 2016

Via Tia Schutrups PR & Promotie

Nieuwe zakelijk leider Ricciotti Ensemble benoemd

Alexander Buskermolen per direct in charge bij straatsymfonieorkest    ????????????????

 

Alexander Buskermolen is de nieuwe zakelijk leider van het Ricciotti Ensemble. Hij volgt Sander Smeets op die het orkest sinds begin 2014 heeft geleid. Alexander is een culturele ondernemer pur sang: een pianist met commercieel touché. Buskermolen is de oprichter van een muziek-productiebedrijf maar eveneens een digitaal platform voor muziekdocent en leerling.

Hij is het archetype van een nieuwe generatie, die zich realiseert dat musici van nu de cultuurmakers van morgen zijn en niet anders weet dan dat profilering veelal online gebeurt.

 

Alexander en Ricciotti

Wie Alexander Buskermolen heeft gevolgd ziet hoe ‘naturel’ zijn stap naar het Ricciotti Ensemble is. Bij een grote handelsbank had hij de positie van ‘sales advisor’. Alexander leerde hier de taal van een corporate omgeving en de behoeften van klanten kennen. Verrijkt met dit kijkje in de keuken, startte Alexander zijn opleiding piano, in Nederland en Duitsland. Nadien startte hij zijn eigen muziek-productiebedrijf, waarin hij diverse activiteiten exploiteerde: die van uitvoerend pianist, pianodocent, tekstschrijver, blogger en repetitor. Tegelijkertijd was Buskermolen actief als producent van de Nederlandse Strijkkwartet Academie (NSKA). Hier leerde hij het klappen van de zweep in productieland: met de voeten in de klei en de rode loper uitrollen — musici in staat stellen wat zij het beste kunnen. Met de start-up Children’s Corner, mede via crowdfunding gefinancierd, ontwikkelde Alexander een online leeromgeving voor docenten en hun leerlingen.

 

Bestuur en directie van het Ricciotti Ensemble zijn vol vertrouwen dat Alexander middels een perfecte mix van cultureel DNA en commercieel know how, het Ricciotti Ensemble verder kan verankeren. Dit zal hij doen door o.a. in te zetten op talentontwikkeling (een kerncompetentie vanuit zijn eigen muziekpraktijk) alsook verder inhoud te geven aan de sleutel van het Ricciotti sinds het in 1970 is opgericht: publieksbereik, het vermogen om daadwerkelijk contact te leggen. Bij dit alles is het zoeken naar gemengde financiering steeds een uitgangspunt.

 

Alexander Buskermolen

Alexander Buskermolen (Leidschendam, 1985) is opgeleid als klassiek pianist (Fontys Conservatorium, Tilburg; Hochschule für Musik und Theater ‘Felix Mendelssohn-Bartholdy´, Leipzig; HKU, Utrecht). Na zijn studie richtte Alexander Lexo Music Productions op. Binnen Lexo Music Productions werkt Alexander als uitvoerend pianist, pianodocent, freelance columnist/ schrijver/ blogger (o.a. voor het vakblad Pianowereld en de website Pianostreet), repetitor en cultureel ondernemer. Alexander is (mede-) oprichter van Children’s Corner, een online leeromgeving waarin muziekdocenten en leerlingen met elkaar kunnen communiceren. Overigens is hij gastdocent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en de HKU in Utrecht. Eerder was Alexander o.a. research trainee bij het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds en producent bij de Nederlandse Strijkkwartet Akademie.

 

Het Ricciotti Ensemble

Het Ricciotti Ensemble (‘Overal en voor iedereen’) is een straatsymfonieorkest dat bestaat uit veertig jonge, geestdriftige musici. Opgericht in 1970 onder het motto ‘Kunst de straat op’, brengt het orkest live symfonische muziek op plekken waar die normaliter niet klinkt. De mobiliteit van het orkest is uniek: het Ricciotti heeft geen podium nodig en kan zich opstellen in minder dan twee minuten. Het speelt op straten en pleinen, in het asielzoekerscentrum, het weeshuis en de gevangenis, maar ook op de Antillen, onder de Brandenburger Tor, op het Rode Plein of in Srebrenica. Het orkest heft principieel geen entree: alleen dan zijn de optredens voor iedereen daadwerkelijk toegankelijk. De leden van het Ricciotti zijn afkomstig uit heel Nederland en soms van daarbuiten. Een groot deel van de musici studeert aan het conservatorium. Drie keer per jaar gaat het Ricciotti op tournee in Nederland; eenmaal per jaar toert het Ricciotti door een buitenland. Jaarlijks geeft het Ricciotti minstens 100 optredens, kriskras door Nederland.

Misha Fomin debuteert én jubileert in Het Concertgebouw

Gehoord in de Grote Zaal van Het Concertgebouw Amsterdam

Programma:
Ludwig van Beethoven; Sonate nr. 26 in Es, op. 81a ‘Les adieux’
César Franck;  Pianokwintet in f mineur (m.m.v. het Atrium String Quartet)
Pjotr Illich Tchakovsky; Méditation Opus 72 no.5
Modest Moesorgski – Schilderijen van een tentoonstelling

0100_Misha_fomin_04_2016_HansvanderWoerd-75

Het concert

Tien jaar geleden speelde hij hier voor het eerst, in Het Concertgebouw in Amsterdam. Vandaag was het de tiende keer in dit gebouw vol muziekhistorie dat pianist Misha Fomin zijn opwachting maakte. Een klein verschil: vandaag betrad hij niet het podium van de Kleine Zaal, maar liep hij voor het eerst de lange trap af naar het podium van de Grote Zaal. Het zou een bijzondere middag worden voor de pianist én het publiek.

De programmering van de Russisch-Nederlandse pianist was bijzonder. Bijzonder omdat het niet vaak voorkomt dat kamermuziek en solorepertoire in deze zaal worden gecombineerd. Je moet maar durven… of toch niet? Zo gek is het eigenlijk niet, om aan je publiek te laten zien dat je zowel als solist als ook in de kamermuziek je sporen hebt verdiend. De combinatie van Beethoven, Franck, Tchaikovsky en Moesorgsky was dan wel ongewoon maar daarmee niet minder interessant. Ieder van de werken haalde specifieke eigenschappen van de pianist naar boven.

Met “Les Adieux” zette Misha Fomin een mooie opening in. Duidelijke klassieke structuren, gepaste virtuositeit en fraaie zinnen, dat was wat mij in eerste instantie op viel. Of het nu de spanning van dit debuut was, of een nukkige Steinway, maar er leek gezocht te worden naar een goed gebalanceerd klankverloop, vooral in het middengebied van de piano. Wellicht was het dan toch de spanning, omdat gedurende het concert dit register steeds duidelijker naar voren kwam. Het was precies de balans tussen de linker en rechterhand die voor mij een bijzonder onderdeel van dit concert vormde.

0051_Misha_fomin_04_2016_HansvanderWoerd-54

Franck’s piano kwintet – met het Atrium strijkkwartet op het podium – was een schepje er bovenop als het gaat om virtuositeit. Gelukkig was dat lang niet het enige wat het publiek overrompelde. Uitstekend samenspel, mooie lange muzikale lijnen en veel energie, alles leek te kloppen in deze uitvoering. De pianopartij speelt zich veel af in de lagere registers van het instrument, een plek waar Fomin zich prima thuis leek te voelen. De linkerhand zorgde voor een diepe sonoriteit en ondanks dit donkere register bleek helderheid in articulatie geen enkel probleem. Daardoor ontstond een mooie fundering voor de hogere klanken van de strijkers. Het was in alle opzichten een opwindende uitvoering waar het publiek duidelijk hoorbaar van had genoten. De staande ovatie was zeker op zijn plaats.

Na de pauze was het tijd voor één van de hoekstenen van de pianoliteratuur. De schilderijen van een tentoonstelling van Modest Moesorgsky, voor het orkestpubliek voornamelijk bekend in de orkestratie van Maurice Ravel. De vraag die je vooraf kunt stellen is voor welke benadering een pianist gaat of zou moeten gaan: denk je in orkestrale gebaren, bewegingen en klankkleuren? Of benader je het meer pianistisch, wat gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de frasering en timing? Een combinatie van beide benaderingen kan natuurlijk ook, zodat per deeltje bekeken kan worden wat de muziek “vraagt”.

De benadering van Misha Fomin leek mij juist pianistiek, zo bleek uit de keuzes voor het tempo. Er werd vlot en gretig gespeeld waarbij wederom de combinatie van virtuositeit en de uitgesproken linkerhand naar voren kwamen, in het bijzonder bij Il vecchio castello en Bydlo. De opbouw van het hele werk was zeer krachtig en van begin tot eind werd de spanningsboog volgehouden. Een prachtige afsluiting van het officiële programma!

En wat doe je als je voor het eerst de Grote Zaal van Het Concertgebouw tot je beschikking hebt en je vingers volledig zijn warm gespeeld? Dan neem je de tijd en speel je natuurlijk nog een aantal mooie toegiften die het publiek dankbaar beluisterde.

0094_Misha_fomin_04_2016_HansvanderWoerd-82

Misha Fomin speelde de volgende toegiften:

Claude Debussy; Prelude “La terrasse des audiences du Claire de Lune”
Franz Liszt: La Campanella (from 6 grand etudes S.141)
Frederic Chopin: Etude Opus 25 no. 11 “Winterwind”
Frederic Chopin: Nocturne in Es Opus 9 no.2

 

Foto’s: Hans van der Woerd

Column Pianowereld 3-2015: Hollandse ambitie

In 2010 deed ik voor mijn Master scriptie onderzoek naar de instrumentenbehoefte van jong muzikaal talent in Nederland. In dit onderzoek werd bijvoorbeeld uitgebreid stilgestaan bij de rol van de diverse conservatoria als het gaat om talentbegeleiding en het assisteren bij het vinden van een goed instrument. In deze periode was ook net een uitvoerig rapport gepubliceerd door de commissie Dijkgraaf, waarin het kunstenonderwijs –  dus ook de conservatoria – onder de loep werd genomen.

Eén van de speerpunten van dit rapport was de wens (opdracht) vanuit de commissie richting de conservatoria om zich zeer specifiek te gaan profileren en hun ambities uit te spreken én waar te maken. Te lang heeft het ministerie toegezien hoe de vele conservatoria van Nederland allen poogden de nieuwe toptalenten voor het internationale concertpodium op te leiden. Iedereen had die ambitie, in de praktijk bleken slechts twee á drie scholen die ambitie echt waar te maken. Een gevoelige snaar maar, zo vond de commissie Dijkgraaf, het moest echt anders.

De vraag is dan ook hoe het er anno 2015 voor staat in onderwijsland. Hebben de inmiddels acht resterende hogescholen de opdrachten opgepakt en met welk resultaat? Met enige regelmaat spreken toonaangevende Nederlandse docenten zich lovend uit over onze opleidingen en de hoeveelheid talent, iets wat ik van harte onderschrijf.
Echter, een enkele Nederlandse jonge musicus heeft inmiddels de echte  internationale top bereikt, bijvoorbeeld Hannes Minnaar aan het klavier en – hoewel van een iets eerdere generatie- Janine Jansen zonder enige twijfel natuurlijk ook. Toch blijf ik wachten op Nederlandse finalisten in de allergrootste concoursen: Tchaikovsky in Moskou, van Cliburn in de V.S. , de Koningin Elisabeth wedstrijd in Brussel….

Tchaikovsky 2015

Ik blijf me de komende tijd verder verdiepen in deze vraag: wat maakt ons muziekonderwijs anders dan dat in Rusland, China, Zuid-Korea en Japan? Is het een kwestie van grote aantallen of een kwestie van innovatief (of conservatief!) opleiden. Ik ben benieuwd, ook naar uw mening!

 

Alexander Buskermolen
Lexo Music Productions

Column Pianowereld 2-2015: Ja, ik ben een cultureel ondernemer!

Ik weet het nog als de dag van gisteren: op mijn diploma uitreiking op het Fontys Conservatorium in 2011 zei mijn toenmalige decaan het volgende: “Alexander is een cultureel ondernemer in hart en nieren …”. Ik voelde me gevleid maar ik moest ook al snel toegeven dat ik mezelf nog nooit zo had gezien, laat staan dat ik die term op mezelf toepaste. Dat is bijna vier jaar later veranderd.

Goed, wat is dat cultureel ondernemerschap dan precies? Eigenlijk gewoon ondernemen, maar dan in de culturele sector/muziekland. Als ondernemer probeer ik aan te voelen waar een bepaalde behoefte aan is en probeer ik een product of dienst te bedenken die aan die behoefte tegemoet komt. Uiteraard is het geven van pianoles daar een voorbeeld van, het is per slot van rekening een dienst. Maar is dat nou echt ondernemen?

Nee, voor mij althans niet. Ondernemen staat voor mij voor het opbouwen van een bedrijf dat ook bij mijn afwezigheid gewoon door gaat en geld verdient. Aangezien de lespraktijk (vooralsnog) direct van mij afhankelijk is, is dit niet het echte ondernemen. Ik moet bekennen dat een column schrijven ook niet aan dit criterium voldoet. Leuk is het gelukkig wel!
Het bovenstaande neemt niet weg dat er heel wat ondernemerskwaliteiten bij komen kijken om een succesvolle en gezonde lespraktijk op te bouwen en draaiende te houden, maar dat terzijde.

Wat ik dan wel doe om echt te ondernemer? Mijn ondernemersdroom is om op grote schaal een enorme impuls te geven aan het leerproces van muziekleerlingen, jong en oud. Hoe ik dat doe? Kijk maar eens op www.notefornotes.com

NvN_Logo_800x140

Met ondernemende muzikale groet,

Alexander Buskermolen
Lexo Music Productions

Column Pianowereld 1-2015: Blij met succes, blijer met teleurstelling

In weinig culturen is het gebruikelijk om openlijk over minder succesvolle zaken te praten. Onze levens lijken voor de buitenwereld – en al helemaal op Facebook – een aaneenschakeling van succes en mooie gebeurtenissen. Het zelfde geldt voor het leven van musici: je Twitter of Facebook bericht vlak na een concert zal waarschijnlijk met geen woord reppen over je verkeerde inzet of een complete miskleun tijdens de climax van het stuk.

Ook als docent kun je enorme teleurstellingen te verwerken krijgen: je leukste leerling stopt ineens met de les, je altijd goede relatie met een leerling staakt vanwege betalingsachterstanden, et cetera. Mijn meest recente teleurstelling betrof een jonge leerling van 16 jaar oud. Precies twee jaar geleden kwam zij bij mij in de lespraktijk met een enorme bevlogenheid en motivatie, maar ook met een zeer gebrekkige techniek en een totale afwezigheid van enig klankbesef. Een extra uitdaging was het feit dat dit meisje het syndroom van Asperger heeft. Vol enthousiasme zijn we aan het werk gegaan, en al gauw waren de inspanningen hoorbaar. Succes, toch?

Vorige maand zegde deze leerling haar lessen op, en wenste de laatste twee maanden van haar lescontract niet meer ‘uit te zitten’. Zo schreef ze dat ze zich vaak niet begrepen voelde en dat ze de klik miste. Trots op mijn werk als ik ben, voelde ik een enorme teleurstelling. Onder mijn begeleiding verloor een redelijk talentvolle leerling haar complete interesse in de piano. Ik weet dat haar syndroom voor een heel groot deel verantwoordelijk was voor deze wending, maar het blijft een persoonlijke teleurstelling. Wat had ik anders kunnen doen? In dit geval een lastige vraag om te zomaar te beantwoorden.

frustrated

Kort samengevat wil ik u in het nieuwe jaar meegeven dat ik er van overtuigd ben dat men meer leert van de tegenslagen dan van eindeloos succes. Een gezonde dosis zelfreflectie en genoeg zelfvertrouwen doet wonderen, zeker ook voor de muzikale ontwikkeling. Ik wens u een schitterend, muzikaal, succesvol én leerzaam jaar toe.

Alexander Buskermolen

Hero Brinkman de opera: kaartverkoop start binnenkort!

Als een politicus iets doms zegt (helaas geen zeldzame gebeurtenis) hebben zij spindokters die het verhaal “spinnen” (lees verdraaien om er mee weg te komen) en er zo alsnog hun voordeel mee proberen te doen. Gisteren was het de beurt aan Hero Brinkman (ex-PVV, ex-politieman, ex-kamerlid…wat doet de man nu eigenlijk?). In een interview met HP de Tijd was het blijkbaar tijd om zijn goed onderbouwde mening over klassieke muziek te geven (ja dat laatste was sarcasme).

Vooruitlopend op het artikel hieronder kunt u alvast de reactie van Mezzo-Sopraan Tania Kross en mij zien, horen en beleven:

Screenshot Tania en Alex

 

 

 

 

 

Hieronder het betreffende interview, tevens te vinden op http://www.hpdetijd.nl/2015-03-05/hero-brinkman-klassieke-muziek-voor-een-kleine-elite-radio-4-daar-luistert-toch-geen-hond-naar/

Hero Brinkman: ‘Klassieke muziek is voor een kleine elite. Radio 4 – daar luistert toch geen hond naar?’

Hij is lid van de Provinciale Staten in Noord-Holland, rechercheur bij de Amsterdamse politie en loopt zich warm voor een terugkeer in de landelijke politiek met een one-issuepartij voor ondernemers. Komt Hero Brinkman nog wel toe aan een goed boek, een fijne plaat of een swingende show?

“Met mijn nieuwe partij breek ik met het oude PVV-dogma dat cultuur een linkse hobby is. Dat is namelijk niet zo. Cultuur is ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van de samenleving; creatief denken leidt tot innovatie en innovatie leidt tot verbetering. Maar ik vind wel dat alle kunst die gesubsidieerd wordt aan twee voorwaarden moet voldoen: het moet toegankelijk zijn voor een groot publiek en het moet geëngageerd zijn.”

“Voor zover ik kan inschatten valt klassieke muziek niet onder deze voorwaarden. Klassieke muziek is namelijk niet voor een breed publiek toegankelijk, dat is voor een kleine elite. Neem nou Radio 4 – daar luistert toch geen hond naar? En als je naar het Concertgebouworkest wilt, ben je zo honderdtachtig euro kwijt voor een kaartje. Dan zeg ik: als zo’n kaartje toch al zo duur is, dan kun je er net zo goed vijftig euro boven op gooien en de subsidiekraan dichtdraaien. De elite die er komt, betaalt die paar tientjes extra dan ook wel.”

“Kijk: klassieke muziek is ooit gecomponeerd door een componist. Die heeft daar een bedoeling mee gehad. Die wilde met zijn muziekstuk een bepaald verhaal vertellen, of een bepaalde emotie overbrengen. Het is aan een dirigent en zijn orkest om dat verhaal of die emotie over te brengen. Het valt mij op dat de meeste dirigenten en orkestleden in Nederland geen flauw benul hebben in welke tijd de componist heeft geleefd, welk gevoel hij met een compositie over wilde brengen en wat hij met het stuk wilde zeggen. Dirigenten zetten bijvoorbeeld bepaalde noten harder aan omdat ze dat mooi vinden, niet omdat een componist het zo heeft bedoeld. En dat hekel ik. Daarnaast vraag ik me af of de gemiddelde bezoeker van een klassiek concert snapt waar ze naar luisteren. Maak op een willekeurige avond eens een rondje langs het publiek van het Concertgebouw, en vraag eens waar ze naar hebben geluisterd. Wat de achtergrond van het stuk is. Ze weten het niet.”

Na de Statenverkiezingen in maart presenteert Brinkman een nieuwe landelijke politieke partij, die volledig gericht zal zijn op ondernemers. Hij acht de kans ‘heel groot’ dat het huidige kabinet binnenkort valt. En hij vermoedt dat hij dan met zijn nieuwe partij best eens kan gaan meeregeren in het volgende kabinet.

Het gehele interview van Nick Muller met Hero Brinkman vindt u het maartnummer van HP/De Tijd, dat nu in de winkels ligt.

De Piano Bootcamp: een methodische ontdekkingsreis rondom de piano

Wat doe je als je reguliere wekelijkse pianolessen nog niet genoeg zijn om je muzikale ambities achter de piano te realiseren? Het is een vraag die vaak wordt gesteld door jonge pianisten met de droom om naar het conservatorium te gaan, of door volwassenen met jaren speelervaring die denken “is dit het nou mijn eindniveau?”.  Mijn antwoord: Piano Bootcamp, een vijf weken durende muzikale training gericht op het ontwikkelen van een helder en zo volledig mogelijk kader waarbinnen de cursist zich spelenderwijs begeeft. Mijn doel als bedenker van de Bootcamp (en tegelijkertijd docent die dit kader zal aanleert): in vijf weken tijd meer waarde creëren dan in één jaar pianoles.

Bootcamp pic 1Bootcamp – een term regelrecht uit het leger – staat voor het drillen en klaarstomen van aankomende soldaten. Een proces waarin onder grote druk een enorme hoeveelheid informatie, vaardigheden en reflexen wordt aangeleerd. Piano Bootcamp werkt in dat opzicht precies het zelfde. Wees gerust, de deelnemers krijgen genoeg slaap, eten en drinken en er wordt niet tegen ze geschreeuwd ;)

Eén van de grootste verschillen met de militaire bootcamp is dat de vaardigheden die worden bijgebracht in Piano Bootcamp volledig in het teken staan van maatwerk. Geen pianist is het zelfde en als je enigszins bekend bent met het bespelen van een instrument, dan begrijp je dat jouw specifieke achtergrond essentieel is om een plan te maken voor de toekomst. Inmiddels al benieuwd naar het programma en de gang van zaken? Hieronder vind je de opzet zoals Piano Bootcamp in augustus 2015 van start zal gaan.

Iedere cursist die zich aanmeldt, krijgt een kennismakingsgesprek en proefles aan de piano. In deze eerste ontmoeting worden de achtergrond en de wensen van de cursist besproken. Wat is de muzikale bagage, wat zijn de (meest frustrerende) drempels, wat zou je zelf graag als doel van de Bootcamp zien? Ook wordt er ingegaan op de drijfveren om muziek te maken, en welke rol de piano heeft in het leven van de cursist. “Dat is wel heel erg grondig”, hoor ikje al denken. Zeker! Maar met een intensieve cursus zoals de Piano Bootcamp zal het vaak ook aankomen op discipline, en op dat moment moet je als deelnemer wel weten waarom je het doet. De persoonlijke doelen worden opgeschreven en gedurende de cursus tussentijds geëvalueerd. Zodra de intake is afgerond worden de les afspraken ingepland. Het is een bomvol programma dus de planning is essentieel. Kijk maar eens naar de divers easpecten van de Piano Bootcamp

5 individuele pianolessen van 3 uur, inclusief video opnames en eigen analyse

Cartoon 14 colleges muziektheorie met de focus op toegepaste harmonieleer en analyse
(groepsverband)
1 college studie strategieën (groepsverband)
Concert bezoek en essay opdracht met originele en verrassende deelopdrachten
2 groepslessen met de overige cursisten
Eindrecital, opgenomen op video
Persoonlijke evaluatie direct na de cursus en nog eens 3 maanden na afronding van de Piano Bootcamp.

Bovendien krijgt iedere cursist kort na afloop van de Piano Bootcamp een DVD met daarop alle speelmomenten, in chronologische volgorde gemonteerd om zo de vorderingen zo objectief mogelijk terug te kunnen kijken. Het lesmateriaal wordt voor aanvang van de cursus afgestemd, waarbij iedere deelnemer een reader met daarin de theorie en het persoonlijke repertoire krijgt. De individuele pianolessen bevatten naast persoonlijke sturing ook improvisatie, talloze studie instructies en gesprekken (soms coaching) over interpretatie en muziek-filosofische onderwerpen.

Uiteindelijk legt de Piano Bootcamp een compleet nieuwe basis voor de manier waarop er aan (en weg van) de piano wordt gestudeerd. Er wordt een nieuwe standaard gecreëerd voor de mate van concentratie en voorstellend (en voorspellend) vermogen om meer controle te krijgen over de fysieke en muzikale aspecten van het piano spelen.
Als docent zal ik met enorme inzet, vakkennis, een eigenwijze blik op muziek, enthousiasme en last but not least humor! deze unieke educatieve training vormgeven. Mijn doel: jouw pianistische leercurve een enorme impuls geven zodat jij de vrijheid hebt om jezelf (nog beter) te uiten met dit prachtige instrument.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Deelnemen aan de Piano Bootcamp van augustus 2015?
Mail mij op info@lexomusicproductions.com of laat een
berichtje achter op de website. Het aantal deelnemers is
beperkt, dus wacht niet te lang. Meer informatie over
het programma, de data en de kosten voor de
Piano Bootcamp wordt via de e-mail toegestuurd. 

Muzikale groet!

Alexander Buskermolen

 

Eerste indrukken bij het Internationaal Franz Liszt Concours Utrecht

Zoals u in eerdere berichten al kon lezen, schrijf ik sinds enkele weken geregeld over de tiende editie van het Liszt Concours Utrecht. De afgelopen maand waren het voornamelijk introducties van de 23 kandidaten, maar sinds maandag 27 oktober is het pianogeweld…en schoonheid dan toch echt losgebarsten. De tiende editie is van start gegaan!

Op het moment van dit schrijven heb ik reeds 16 kandidaten beluisterd in de prachtige Hertz kamermuziek zaal in het nieuwe TivoliVredenburg (zie foto hieronder). Met keuze uit maar liefst acht vleugels, te zijn twee maal Steingraeber, twee maal Yamaha, twee maal Steinway & Sons en twee maal Fazioli (2,87 m en 3,09 m) is er voor ieder wat wils. Weinig opvallend is dat de Steingraeber door geen enkele kandidaat werd gekozen. Juist wel opvallend is dat Yamaha vaker werd gekozen dan het meest dominante merk op de markt, Steinway & Sons. Let wel, Yamaha vleugel 1 werd helemaal niet gekozen. De overige instrument statistieken:

Steinway D 1: 8 x gekozen
Steinway D 2: 2 x gekozen (Ghraichy & Constantinov)
Fazioli 3,09: 2 x gekozen (Klimo & Shen)
Fazioli 2,87: 2 x gekozen (Nicoletta & Giorgini)
Yamaha CFX 2: 8 x gekozen

tivolivredenburg_hertz_1_fo

 

Na de Yamaha 2 vleugel direct na en soms direct voor de Steinway 1 te hebben gehoord snap ik de voorkeur voor de Yamaha heel goed. De kandidaten hoeven simpelweg minder hard te werken om veel klank uit de diskant te halen. In het bijzonder bij duivels snelle octaaf passages in de rechterhand werkt de Yamaha veel makkelijker mee qua power, helderheid en articulatie. Alleen de pianisten met wat meer massa in het bovenlichaam doen direct voordeel met de Steinway 1.

Morgen, donderdag 30 oktober volgen de laatste zeven kandidaten uit de kwart finale waarna aansluitend de negen halve finalisten bekend worden gemaakt. Ik heb al een voorkeurslijstje, welke ik aan het einde van de middag of direct na de laatste pianist bekend zal maken. Ik ben erg benieuwd hoeveel overeenkomsten er zijn met het lijstje van de jury!

Tot slot is het leuk om te vermelden dat tijdens zo’n prestigieus concours er ruimte is om collega musici en muziekjournalisten te ontmoeten. Er worden ervaringen uitgewisseld en soms wat gediscussieerd over de prestaties en kansen van de deelnemers. Kijk voor de Nederlandse korte toelichtingen op de prestaties van de kandidaten eens op de website van Peter van Korlaar en zijn Pianoinstituut.

Hier tot slot nog het YouTube kanaal van het Liszt Concours Utrecht: https://www.youtube.com/user/lisztcompetition

The Bigger Picture: A Personal Perspective on Practicing Routines

In 2013 schreef Alexander een serie van drie artikelen voor het bekende internationale pianoforum Pianostreet. Het onderwerp voor deze drie artikelen: ontdekken of er een “perfect” pad bestaat van de allereerste pianoles tot aan een succesvolle internationale carrière als concert pianist. Hiervoor sprak hij met Nederland’s meest succesvolle piano pedagoog, Jan Wijn en één van zijn voormalige studenten, Meesterpianist Hannes Minnaar. Gedurende deze interviews probeert Alexander bepaalde waarheden en algemeenheden te ontdekken die bijdragen aan de ontwikkeling van succesvolle pianisten. Lees hieronder het derde en laatste artikel, een persoonlijke visie op het studieproces, de diverse stadia die een getalenteerd musicus vroeg of laat zal moeten doorlopen en enkele concrete studietips om efficiënter met het studieproces om te gaan:

In the third and final part of the series on building a career as a professional pianist, Alexander Buskermolen gives a personal perspective on practicing routines at the piano with practising tips by Dutch pedagogue Jan Wijn.

The previous parts:

Part 1: Master Teacher Wijn is Growing Flowers and Plants

Part 2: Hannes Minnaar: The Path to Becoming a Concert Pianist

I remember watching the Queen Elisabeth Piano Competition when I was about five years old. Deeply impressed I told my mother I wanted to be a pianist. It still took me some five or six years before I started my first piano lessons. Now, 16 years later, eight different teachers, several masterclasses and with a Master degree in Music on the wall, I try to summarise all of my experiences. What stayed with me the most after thousands of hours of practising and hundreds of hours of lessons? What knowledge is essential in becoming a skilled and confident pianist? Let’s find out!

Assuming pianists from all levels and backgrounds aim for the same goals, generally technical perfection and musical freedom, maybe it’s wise (and fun!) to have a look at how the pros have established their skills and expertise. Technically speaking, I’m still often baffled by the simple fact that today’s concert pianists can play full recitals without missing a single note. So, how do they do it?

Before I get into the practical insights of studying an instrument, I just want to mention the following. What you need to remember is that most of today’s professional performers have started playing their instrument at the age of four or five. The lucky ones have had excellent teachers throughout their educational path, who provided them with essential knowledge on key points in their development. The flexibility and eagerness of the young mind is part of the reason for their steep learning curve.

Ok, back to you and me. How can you intensify your daily practice and general musical approach in such a way, that it will result in (more) clean playing and (more) musical freedom, maybe even deeper musical understanding and well founded interpretations. First it comes down to a proper reading of the score. Not just the notes, not just aiming for ‘the right’ tempo.. A thorough reading and recognizing of all articulation notations, even the suggested fingerings. They all contribute to a better understanding of both the technical and musical requirements.

Practice tips

For example: staccato markings help you tremendously in quick and efficient jumps and general movements of positions, simply because you can (and should!) let go of the keys as quickly as possible. By landing on your next chord/position, you’ve saved precious time.
Another example: playing fast runs as required in for instance a Mozart sonata or Czerny etude. I’m sure you’re aiming to play these runs as smoothly and as clean as possible. First, choose a solid fingering as a basis for your technique: try avoiding thumbs and 5th fingers on black keys, simply because they’re short and require your hands to make time consuming movement.

After choosing your fingerings, play your semi quavers –or fast quavers – in groups (normally per four) and focus on linking these groups. Also, use syncope rhythms to create an equal quality of sound throughout the run.

A practical tip by Jan Wijn (Piano Street, Frebruary 28, 2013) regarding runs: When you keep making the same mistake during a run (or jump or other technical challenge), focus on the note or group of notes prior to the mistake. 
Mistakes are the consequence of some kind of bad preparation. In a way, it’s all about the right focus for the right challenge.

Also, actively look for inspiration by your personal musical heroes. This will put some fire in your daily work but will also help you determine your personal sense of style and musicality.

A great suggestion by Jan Wijn: You need to find out when you should work on technical details or when you should simply play through the entire piece to get a sense of proportion and get used to playing non-stop for 30 minutes or more. Recording these ‘playing through’ sessions will give you an even better perspective on where you stand with this composition. Very confronting, but very helpful.

Another tip by Jan Wijn: playing slow, at least 30% under the concert tempo will help tremendously in getting a clean execution of the piece. My basic rule is: if you play half tempo, play four times as musical and well phrased. This will help you understand and feel the music better, and will have significant effect in learning the piece by heart.

Memorize and analyze

Jan Wijn on memorizing a composition: Many pianists will find it difficult to play through certain pieces without so called memory slips. I always advise my students to do more intensive mental practicing. Sit down in a chair and bring up the entire composition in your mind. If there are any sections in the piece that you can’t visualize or imagine the movements of your fingers and hands that go with it, this is a section that you’ll need to study more closely. Also, don’t neglect the left hand! It’s often to blame for these memory slips.

Essentially, you need to analyze your scores on how to deal with every challenge. During a practice session, altering the score in terms of articulation, dynamics, tempo, register of the keyboard, everything is allowed if it helps you to get a grip on that specific challenge. In other words, strip it down to the core problem, fix it and only then incorporate all the original aspects that you’ve previously altered.

What’s between the notes?

To end my part of this quick summary on tips for practicing, I want to share the following experience. Whenever I heard a musician talk about “the story between the notes” or “the composer’s meaning” I could only vaguely relate to their experiences. When listening to a good performance, I do get carried away into a completely different world. For me it’s about atmosphere and personal associations with sounds, colors and gestures. Becoming a professional pianist myself, I felt the need and responsibility to go deeper into this personal ‘language’ that is linked to the composer whose work I was playing. In other words, what makes Beethoven typically Beethoven, Schumann typically Schumann..?

These questions don’t end with a technical analysis, though it is the start. It’s about understanding what needs to be said musically on a deep level. It’s like getting to know a new person in your life: only by asking this person many questions, having conversations and spending sufficient time with him or her, at some point you can say you really know them, even relate to them. With the score in front of you, it’s about knowing which questions you need to ask in order to get to a fundamental (and still very personal) interpretation of the piece. Don’t look for right answers first, look for the right questions. It is my conviction that this process can be learned and will increase your overall musicality tremendously. Just stay open minded, inspired and curious!

PS: I’d love to read about all of the challenges you face during your musical activities. Please post a comment!

Alexander Buskermolen,
Piano Street Guest Writer

Of voor het lezen van het artikel op de originele webpagina:

http://www.pianostreet.com/blog/articles/the-bigger-picture-a-personal-perspective-on-practicing-routines-6431/

Hannes Minnaar: The Path to Becoming a Concert Pianist

In 2013 schreef Alexander een serie van drie artikelen voor het bekende internationale pianoforum Pianostreet. Het onderwerp voor deze drie artikelen: ontdekken of er een “perfect” pad bestaat van de allereerste pianoles tot aan een succesvolle internationale carrière als concert pianist. Hiervoor sprak hij met Nederland’s meest succesvolle piano pedagoog, Jan Wijn en één van zijn voormalige studenten, Meesterpianist Hannes Minnaar. Gedurende deze interviews probeert Alexander bepaalde waarheden en algemeenheden te ontdekken die bijdragen aan de ontwikkeling van succesvolle pianisten. Lees hieronder het tweede artikel, een interview met meesterpianist Hannes Minnaar.

In part two of the three-part special on building a career as a professional pianist, Piano Street’s guest writer Alexander Buskermolen spoke with Dutch pianist Hannes Minnaar about his education, vision on personal musical development, and the challenges he faces as an international performer.

Hannes Minnaar, who was born in 1984, is one of Holland’s most exciting and successful pianists. After winning third prize at the Queen Elisabeth Competition in 2010, his career took flight. Hannes Minnaar currently plays with orchestras like The Royal Concertgebouw Orchestra, The National Orchestra of Belgium and the Orchestre de la Suisse Romande. He worked with Herbert Blomstedt and Marin Alsop during those collaborations.


Alexander Buskermolen: To start off, could you describe your musical educational path in general? Please describe your path from your first piano lessons until now. Also, who were your teachers? What did they contribute to your development?

Hannes Minnaar: My first encounter with classical music was at the age of four when I listened to classical records at my grandparents. I wanted piano lessons for years, and my parents finally decided the time was right for me to start playing the piano. Well, to be exact, it was a keyboard and not really the piano. After starting lessons with the neighborhood teacher, it became pretty clear after two years that it was time to take the next step and go to music school. By this time, I was eight years old and my hunger for piano music was growing. While I was learning my first Clementi Sonatinas with my new piano teacher, I also made many trips to the local library to get Chopin’s Polonaises and Debussy’s Suite Bergamasque. Funnily enough, the Chopin Military Polonaise wasn’t the biggest problem. It was Clair de Lune with five flats!

After having three different teachers in four years, it was time to take a big step in my piano education. Since I was not old enough for the young talent class at the Conservatory of Zwolle, my parents and I decided to have private lessons with one of the most influential teachers of my life: Marien van Nieukerken. Now things started to become serious!

As I started my piano lessons with Marien, I learned about the tough side of becoming a pianist: playing Czerny etudes, raising the standard of technique, and learning music by heart for the very first time. During my lessons with Marien van Nieukerken, I realized that I really wanted to become a professional pianist. I couldn’t have wished for a better teacher to prepare myself for a career in music! He stayed with me up until I was accepted for a course of study on my way to a professional career.

When I started my professional musical education at the Conservatory of Amsterdam, I was very fortunate to have Jan Wijn as my teacher. The lessons with him were sometimes much different than the piano lessons I had had before. The biggest contribution that Jan Wijn made teach me to control the relaxation. Before that, I used to play nearly everything with just the fingers. I used no wrist or arm movement whatsoever. I simply couldn’t relax my arms as they hit the piano. The funny thing is, up until that point I had played a lot of repertoire that would let me get away with this kind of vertical piano playing. Later, when I started to play more Ravel and Rachmaninoff, I was able to benefit from this new technique and relaxation of the arms.

AB: Chronologically, which composers, methods, and compositions have specifically contributed to a certain technical or musical capability? Which piano methods did you encounter during your musical education?

HM: Like many Dutch kids from my generation, I started with the books of Folk Dean–this was the alias for the Dutch composer Theo Ettema, who lived from 1906-1991. After approximately two years, I started playing Clementi Sonatines, then Mozart Sonatas, Schubert Impromptus and even Brahms’ Opus 117. During this time, I also loved to play everything that I knew from television and radio.

With Marien van Nieukerken, I started to play Czerny Etudes, some unknown American Piano Sonatas, Chopin Etudes a lot of interesting but relatively unknown stuff, like pieces by Gottschalk, Ray Green and Simeon ten Holt. To be honest, 20th century music was something I appreciated more than, let’s say, an early Sonata by Beethoven.

During my time at the Conservatory of Amsterdam I also studied the organ, so I was attracted naturally to play a lot of Bach. Other composers that were part of my routine were Beethoven, Rachmaninoff, Chopin, and Ravel.

AB: In November 2011, you performed Rachmaninoff’s 3rd Piano Concerto. This work is known for its extremely difficult score and technical challenges. Technically and mentally, how did you approach this first encounter with this musical milestone?

HM: After I played in the finals of the Queen Elisabeth Competition in 2010, a couple of orchestras asked me to play a Concerto with them. Of course, these orchestras have their wishes about which Concertos to play. Rachmaninoff’s Third Concerto was one of them. For me, it was time to take on this challenge and try to master it in a relatively short amount of time. I was already in the mood because I’ve performed Rachmaninoff’s First Sonata many times. I had a very busy schedule, so after doing bits and pieces of the Concerto during most of the spring, it was only in the summer that I found a couple of weeks to really dive into the score. During the two months prior to the concert, I really practiced day and night to master the whole Concerto.

In anticipation of the first performance, I was quite anxious. Despite this attack of nerves, I felt really at ease during the performance and I really enjoyed playing it on stage. The second performance later that week felt even better. I really hope that I’ll be playing this Concerto many times more. So, even though I was familiar with all the myths and stories, such as the movie “Shine,” it turned out to be a fantastic project.

AB: How did you prepare for a very demanding life as a concert pianists, in terms of repertoire, during your time at the Conservatory of Amsterdam? Did you, for instance, learn how to program a solo recital or chamber music concert?

HM: Some of the repertoire that I played prior to my time at the Conservatory I could still play in recitals. For instance, I’ve played Preludes by Rachmaninoff, Etudes by Chopin and Ligeti, and also the Sonatine by Ravel. This last piece, together with Miroirs and Rachmaninoff’s 1st Sonata, I even recorded on my first CD that was recently published.

When I started my lessons with Jan Wijn, romantic piano music was absolutely not the core of my repertoire. With him, I started working on pieces like Schumann’s Carnaval and Mussorgsky’s Pictures at an Exhibition. In a way, you could say that Jan Wijn was a lot more orthodox in his approach to repertoire. He wasn’t necessarily the kind of teacher that asked me to bring 20th century abstract music to the lessons. But I enjoyed working on contemporary pieces with him as well.

AB: You’re also a very gifted organist and recently obtained your Masters degree in organ performance, Summa Cum Laude. Which parallels and differences do you encounter when practicing on both instruments? How do you apply your insights into your daily practice?

HM: One of the biggest challenges in playing the organ, compared to the piano, is that you need to find a different balance in body posture. The simple fact that your feet don’t touch the ground has a huge impact on this balance. Therefore a good posture is extremely important to achieve a free technique. Also, in terms of articulation, I found a new approach to the piano. Playing the organ, I feel that I became more aware of my fingertips and movements. Articulation is the biggest factor in determining different styles of playing. Therefore, I developed a lot more awareness about the duration of a tone and how it affects phrasing. Playing the organ also enriched my understanding of a musical line.

The difference between both instruments was mainly emphasized by the teachers. For instance, my organ teacher was quite strict and theoretical about tempo. He believed in set tempi for every composition. This approach gave me a certain context to work in – I never got that before. Jan Wijn was more effusive and talked a lot about effect and feeling. He still remained true to the score, of course. His vision often collided with the fixed context given by my organ teacher, Jacques van Oortmerssen. For me, this was a perfect opportunity to think outside the box and find my own musical truths.

AB: Considering the extremely high technical standards necessary for any performance, how do you deal with this? How do you make sure your performances are technically clean and well executed? How were you prepared for this part of your artistic career?

HM: I can start off by admitting that I’ve rarely played perfect concerts. There are always a few slips. I’ve seen some of my colleagues play their recitals absolutely flawlessly, which is highly frustrating, ha-ha! I can be amazed by this phenomenon, though I know the essence of a performance should still be about the musicality, stories, and gestures. To achieve technical perfection and 100% clean executions of compositions, I believe you need extreme dedication to the studying process and an ability to concentrate beyond what most people will ever experience. I found out that only when I am in optimal concentration and focus (and relaxation!) I’m able to play without a slip of the finger. But I feel my technique is rather based on playing musical gestures than playing notes, the latter being much more safe. A clean technique may never be the main priority. However, Jan Wijn has always been quite strict about any kind of mistakes that were made in a lesson or performance.

AB: I’d like to thank you for your time and effort to speak with us. We wish you all the best in your artistic and personal path and we’ll make sure to keep track of your expanding career.