Column Pianowereld 1-2011

Na in 2010 mijn debuut als columnist bij Pianowereld te hebben gemaakt, heb ik voor 2011 de eer gekregen mijn ambities als “schrijver” verder uit te breiden. Ik hoop u ook de komende edities te boeien met interessante verhalen, achtergrondinformatie en een kijkje achter de verschillende schermen binnen de wereld van de piano en klassieke muziek.

Sinds September 2010 voer ik in opdracht van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds (NMF) een groot onderzoek uit naar de veranderingen in de sector klassieke muziek. Het NMF, waar ik zelf sinds Januari 2005 bruiklener ben, wil zich voorbereiden op de toekomst en inzicht krijgen in de belangrijkste ontwikkelingen binnen hun werkgebied. Hoeveel afstudeerders van de conservatoria kunnen we verwachten, welke organisaties vervullen essentiële behoeftes binnen deze sector en hoe verlopen de geldstromen en subsidies? Hoewel de subsidiekwestie bijna een open deur is, is het toch interessant de verschillende verwachtingen en redeneringen van de betrokken partijen te horen. Met het aantreden van het kabinet Rutten heeft dit onderzoek een extra dimensie gekregen. De sector klassieke muziek staat op z’n kop! Dit had niemand aan zien komen…..of toch wel?

Ik denk dat er twee hoofdoorzaken zijn te noemen van deze crisis in klassiek Nederland. Het zou te makkelijk zijn om alleen dit kabinet en haar onderwaardering voor kunst en cultuur de schuld te geven. Daarom houd ik het bij de eigen verantwoordelijkheid van de sector.
Ten eerste bestaat er al 30 jaar een tendens van steeds maar groeiende afstudeeraantallen aan de Nederlandse conservatoria. Hadden we jaren geleden nog 12 conservatoria, nu hebben we er officieel “nog maar” 7. Elk van deze instituten heeft de ambitie om de nieuwe talenten en solisten van de toekomst af te leveren, terwijl de cijfers laten zien dat slechts 2 of 3 conservatoria daar de juiste middelen (topdocenten, goede studiefaciliteiten etc.) voor hebben. De afgelopen 30 jaar zijn er ontzettend veel pianisten en strijkers afgestudeerd, zonder dat er is gekeken naar de behoeftes van de arbeidsmarkt. Wanneer je als hogeschool niet op kwaliteit maar op afstudeeraantallen wordt beloond, meer studenten betekent meer geld, heb je de oorzaak van het eerste probleem te pakken.

De tweede hoofdoorzaak zou je kunnen omschrijven als de aanhoudende afhankelijkheid van Nederlandse orkesten en ensembles van subsidies van het Rijk en de gemeenten. Jaren lang was het een kwestie van een programma indienen, je hand ophouden en de miljoenen waren binnen. Gewenning was het gevolg. Zoals ook Jaap van Zweden onlangs in Pauw en Witteman uitlegde, wilde het Nederland van na de tweede wereldoorlog een rijk cultureel leven, waar een flink aantal orkesten bij hoorde. Het Nederland van nu ziet dat blijkbaar graag anders, waardoor de populistische wind ook in de cultuursector harder is gaan waaien. Wederom de vraag: kun je het al die ensembles en orkesten kwalijk nemen te bestaan en nu in opstand te komen wanneer hun voortbestaan wordt bedreigd. Nee, en al helemaal niet als dit kabinet niet bereid is om de tafel te gaan met de directies van de orkesten.

Het wordt tijd dat ook de politiek haar aandeel in het ontstaan van deze crisis erkent en samen met de sector zelf werkt aan de toekomst en het voortbestaan van een rijke traditie van klassieke muziek in Nederland. Links of rechts, muziek verbindt mensen, zelfs als de politiek maatschappelijke verdeling brengt.

Alexander Buskermolen


Alexander Buskermolen :: Telefoonnummer: +31(0)182-602795 :: Mobiele telefoon: +31(0)6-28415721