Column Pianowereld 4-2013

Het ambacht en de beamer

Er zijn veel overeenkomsten tussen topsporters en professionele musici. Ze zijn al van jongs af aan vol passie bezig met hun hobby, zijn ambitieus en willen het maximale uit hun talent halen. Beide groepen kunnen niet zonder goede begeleiding en reflectie op hun ontwikkeling en geleverde prestaties. Topsporters gebruiken de modernste technologische hulpmiddelen om hun techniek te perfectioneren en zo op de belangrijkste momenten nog beter voor de dag te komen. Maar hoe zit dat eigenlijk bij musici?

Toen ik op het conservatorium zat, waren er al veel studenten die met mp3 opnamen-apparaten en soms met een camcorder aan de slag gingen. Ze namen hun voorspeelavonden op en luisterden en/of keken die weer terug. De één kon niet wachten om het optreden opnieuw te beleven, een ander liet de opname rustig drie maanden in de la liggen totdat hij of zij er (emotioneel) klaar voor was om de confrontatie aan te gaan. Wie regelmatig met muziekstudenten en professionele klassieke musici omgaat, weet dat zij (uitzonderingen daargelaten) nooit, maar dan ook nooit tevreden zijn met hun prestatie. Enerzijds denk ik dat deze instelling je als musicus helpt bij het bereiken van technische – om maar een voorbeeld te noemen – perfectie. Aan de andere kant leert de onderwijspsychologie ons dat er in het leerproces een goede balans moet zijn tussen een kritische houding en stimulerende, positieve feedback. Is die balans zoek en wordt alleen de kritiek benadrukt, dan vlakt de leercurve drastisch af. Met andere woorden; het is dus belangrijk om studie en publieke momenten in het grotere perspectief van de artistieke ontwikkeling te zien.

Wat ik echter vreemd vind, is dat hoewel audio en video opnamen bij concerten of andere toetsingsmomenten gebruikelijk zijn, deze technieken niet of nauwelijks de leslokalen weten te bereiken. Een krachtig medium als video wordt bij mijn weten niet ingezet op het meest belangrijke moment: tijdens de les en studiefase. Daar kan volgens mij de maximale groei worden behaald. Als je de student/leerling direct zijn spel kan laten terug zien, zal er een nieuwe wereld voor hem of haar open gaan. Het gat tussen wat men dacht te doen, zowel technisch als muzikaal, als wat er daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, wordt zo een stuk kleiner. Het is niet voor niets dat leerlingen na het terug zien van een optreden roepen dat ze hun spel zo gehaast vinden klinken. Het gevoel voor verhoudingen van tijd en dynamiek veranderen makkelijk onder druk, en het blijkt altijd weer een uitdaging om echt ‘in het nu’ te luisteren en tijdens het eigen spel een realistisch beeld te krijgen van het totaalplaatje.

Sinds kort ben ik in mijn eigen studio aan het experimenteren met video opnamen en het integreren van video feedback in de lessen. Hoewel ik pas net begonnen ben met deze manier van lesgeven, zijn de reacties en resultaten duidelijk: na het direct terugkijken van de video opnames via de beamer in de studio passen de leerlingen zich razendsnel aan. Zo ontwikkelen zowel de jonge als oudere studenten hun gevoel voor timing en contrast, iets dat ze later bij de moeilijkere composities zeker van pas gaat komen. Ik nodig alle spelende lezers uit om eens kennis te komen maken met deze manier van lesgeven. Voor meer informatie kunt u contact opnemen via mijn website.

Muzikale groet!

Alexander Buskermolen

Camera setup photo 1

Column Pianowereld 3-2013

Lucas Buskermolen

In mijn vorige column (PW 2-2013) vertelde ik u al dat Jorinde en ik ons eerste kindje verwachtten. Op 20 april is onze schitterende zoon Lucas gezond ter wereld gekomen. Wat een ervaring en wat een achtbaan waar je in terecht komt. Veel instanties, controles, vanaf de eerste minuut veel leren over het verzorgen van je kindje…en dat alles met een flinke dosis slaaptekort. En elke keer als je dat mooie koppie ziet, weet je precies waarvoor je het doet.

Na een kleine twee weken op weg te zijn, hebben we thuis ons ritme aardig gevonden. Om Lucas tijdens alle verkleedrituelen een beetje rustig te houden (lastig als hij honger heeft!) heb ik een cd spelertje op de commode gezet, en ben ik aan het experimenteren gegaan met de beste muziekkeuze voor deze momenten. Zo kreeg ik via één van mijn leerlingen een cd genaamd….met klassieke muziek speciaal gearrangeerd voor baby’s. Hierbij moet u denken aan Für Elise geïnstrumenteerd voor xylofoon, viool, piano, triangel, aangevuld met vogelgeluidjes en zacht baby gekir. Uiteraard komen de Canon van Pachelbel en de Air van J.S. Back ook aan bod. De eerste dagen had ik het idee dat Lucas hier inderdaad rustig van werd, en hij aandachtig luisterde. Ook voor het slapen gaan werkte dit prima. Na een dag of vier leek dit trucje echter uitgewerkt.

Inmiddels staat er een aardige cd-collectie op de babykamer: de vioolconcerten van mendelssohn en Bruch door Janine Jansen, Prokoffiev 2e vioolconcert door Julia Fischer, Michael Bublé, Mozart pianosonates en Chopin Nocturnes. Afhankelijk van het tijdstip waarop de muziek aangaat, moet ik zeggen dat de kleine man inderdaad lekker rustig wordt en zijn aandacht verplaatst van het gepruts met luiers naar die zwarte doos op de commode waar al dat geluid uit komt. Eén ding is zeker, Lucas heeft al wel smaak want werd na vier dagen werd ook hij het babygetingel zat. De komende weken maar eens kijken waar hij nog meer goed op reageert: Bach? Bartok? Haydn? Suggesties en eigen ervaringen zijn hier van harte welkom! Mail gerust naar info@lexomusicproductions.com

Alexander Buskermolen

 

Column Pianowereld 2-2013

Heel jong talent?

Zoals wel eens eerder uit mijn columns blijkt, sta ik redelijk sceptisch tegenover het stempel “Jong Talent” en alle zaken die daar mee geassocieerd worden: pushende ouders, onderontwikkelde sociale vaardigheden, technisch sterke maar muzikaal weinig origineel of authentieke uitvoeringen, schaamteloos kopieergedrag als het gaat om interpretatie. Enfin, u begrijpt vast wat ik bedoel. Sinds een maand of zeven moet ik vaker dan normaal aan het beeld van jonge muzikantjes denken. Waarom? Omdat mijn vrouw Jorinde en ik over een kleine zes weken ons eerste kindje verwachten.

Voordat we concreet met gezinsplanning bezig waren (alsof je het echt in je agenda kunt zetten), fantaseerden we wel eens over het idee dat een kind van twee professionele musici heel veel muzikaal talent zou kunnen hebben. Ik zie het al helemaal voor me, Buskermolen junior op het Steinway Concours, daarna Prinses Christina Concours, is het al te vroeg om hem in te schrijven voor het concours van de Young Pianist Foundation??? Ik moet eerlijk bekennen dat ik toch wel een klein gat in de lucht sprong toen de echoscopiste bij de 20-weken echo meldde dat ons hummeltje nu al flink lange vingers had. “Mooi” dacht ik, “dat wordt een pianist!” Jorinde heeft uiteraard andere plannen, maar wellicht komt ze daarop terug als hij begint met viool oefenen…

Misschien moeten we dezelfde insteek hebben als veel ouders bij het dopen van hun baby: wij geven het eerste zetje, de rest komt vanuit het kind zelf. Of niet natuurlijk. Nu ik dat zo zeg, realiseer ik me wel dat ik er heilig van overtuigd ben dat het vroeg laten kennismaken met klassieke muziek alleen maar positieve effecten heeft op de mentale en emotionele ontwikkeling van kinderen. En als het beoefenen van een instrument echt van jongs af aan wordt aangeleerd, is dagelijks oefenen eigenlijk heel normaal. De problemen beginnen pas wanneer we drie kinderen krijgen, en ze alle drie piano willen spelen, of viool (probleem voor mijn oren en portemonnee). Misschien kan ik het wel zo sturen dat we over een jaar of tien een leuk Buskermolen junior pianotrio hebben. Als ze het talent en uiterlijk van hun moeder hebben, kan het gemiddelde Koninginnedag  (oh wacht, Koningsdag) optreden nog aardig winstgevend worden. Oké, ik dwaal nu echt af.

Laat ik dan afsluiten met de volgende voornemens. Dat kleintje mag gewoon lekker zelf ontdekken waar zijn talenten en interesses liggen, en ik zal me concentreren op een gezonde en verantwoorde opvoeding, dat is al uitdaging genoeg. Als u over vijf jaar op YouTube toch een filmpje van mijn zoontje tegenkomt waarin hij Chopin Etudes uit zijn mouw schudt, wilt u dan alstublieft contact met mij opnemen en mij nog even herinneren aan deze column? Bij voorbaat dank!

Alexander Buskermolen

 

Column Pianowereld 1-2013

De bladluis deel 2; In dienst van de Maestro

Het is 26 december 2012 en alle les en concertverplichtingen zitten erop. De families zijn bezocht en na al die kerstdiners hoef ik de komende dagen niet meer te eten. Dat komt goed uit, want als ik het schema voor de komende vijf dagen bekijk, blijkt dat ik het flink druk krijg. Het 10e Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht gaat van start en ja, ook dit jaar ben ik er weer bij…als bladluis (voor uitleg van deze term, zie PW 1-2-2012). Niet alleen dit jubileum maakt het extra bijzonder, ook de komst van één van de allergrootste nog levende pianisten laat mijn pianohart sneller kloppen.

Als Special Guest heeft artistiek leider Janine Jansen meesterpianist en befaamd kamermusicus Menahem Pressler uitgenodigd. Hij zal maar liefst vier verschillende concerten spelen, allemaal in kamermuziekverband en dus…met een bladomslaander aan zijn zijde. Het programma:

Concert 1: Schumann pianokwartet opus 47. (twee keer in de kerkenmarathon)
Concert 2: Schubert vioolsonate D574 (met Janine Jansen op viool)
Concert 3: Mozart pianoconcert no. 12 in A KV 414
Concert 4: Schubert’s Winterreise met tenor Christoph Prégardien

Voor het eerste concert werd ik ruim voor aanvang van het Schumann kwartet door de producente gevraagd naar de kamer van Menahem Pressler te komen. Het voelde alsof ik op audiëntie ging bij de paus! Pressler zat in een eigen kamer, afgezonderd van de drukte. Ik stelde me aan de Maestro voor en vroeg of er nog zaken waren waar ik op moest letten. In plaats van me door de hele partituur te leiden, begon hij te informeren wat mijn achtergrond was en bij wie ik had gestudeerd. De volgende 20 minuten bestonden uit een betoog van Pressler over wat de ingediënten zijn van een goed docent, en wat je als docent vooral niet moet doen. Het eerste hoorcollege was een feit, en velen zouden er de komende dagen nog volgen!

Voor en na ieder concert bleek er gelegenheid voor boeiende en vaak ook grappige gesprekken. Ondanks zijn leeftijd van 89 jaar is Menahem Pressler nog volledig scherp van geest. Als ik van de 50 bladzijden er één iets te laat had omgedraaid, kreeg ik dat direct na het concert te horen. Als hij met de Fancy Fiddlers het Mozart concert repeteerde, wist hij alle inzetten uit zijn hoofd, en hoorde hij iedere onzuiverheid en onregelmatigheid. Ook deze jonge strijkers hingen aan zijn lippen en hoefden zich geen twee keer te laten zeggen wat er verbeterd moest worden.
Duidelijk was trouwens wel dat voor de echt virtuoze capriolen de Maestro de trefzekerheid miste die hij vroeger zonder twijfel wel had. Daar stond tegenover dat de muzikale zeggingskracht ongekend hoog was. Over iedere noot was nagedacht. Dit kwam nog het meest tot zijn recht in het slotstuk en wat mij betreft  het hoogtepunt van dit festival: Winterreise van Franz Schubert.

In een volgepakt Vredenburg Leidsche Rijn zorgden Pressler en Prégardien voor een emotionele muzikale reis zoals ik die nog nooit heb ervaren. Alles klopte, de musici, de vleugel, de concentratie van het publiek…alles. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik naast deze zeer bijzondere man en pianist op het podium mocht zitten. Een avond die ik nooit, maar dan ook nooit meer zal vergeten.

Een gezond en muzikaal 2013 gewenst!

Alexander Buskermolen

Column Pianowereld 6-2012

Beste John de Mol,

Mijn naam is Alexander Buskermolen, 27 jaar en ik ben klassiek pianist. Net als menig andere Nederlander zit ik in het weekend wel eens op de bank televisie te kijken, en meer dan eens komen uw programma’s voorbij. Gezien de hoeveelheid door u geproduceerde talentenshows die de afgelopen jaren te zien zijn geweest, heb ik de indruk gekregen dat deze programma’s erg lucratief zijn. Vooral voor u. Ik heb dan ook het volgende idee:

Het programma dat ik in gedachten heb heet “So you think you can play the piano”. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen die denken te kunnen pianospelen, een zo moeilijk mogelijk stuk moeten uitvoeren, uiteraard voor de camera. Ik denk aan Liszt etudes of een pianoconcert van Prokoffiev? Dat laatste is wellicht productioneel prijzig, aangezien de kosten per musicus in Hilversum (volgens de laatste berichten) toch al gauw zo’n €75,- per dag bedragen. Een goedkoper alternatief is natuurlijk een pianoconcert van Mozart. Nou goed, zorgen voor een later moment zou ik zeggen.
Als de 25 beste van de slechtste pianisten zijn geselecteerd, kunnen de live shows beginnen.

De zaal is donker. Op het podium staat een glimmende vleugel in de spotlight. De deelnemer komt het podium op en spontaan breekt er een oorverdovend applaus uit. Als na 5 minuten iedereen is uitgeschreeuwd richt de camera zich op de jury, bestaande uit de volgende piano prominenten: Mr. Pieter van Vollenhoven, Roel van Velzen, Jan Vayne en last but not least…jury voorzitter Wibi Soerjadi. Na een korte toelichting begint de deelnemer zijn performance met het verplichte werk: een transcriptie gecomponeerd door de juryvoorzitter himself.
De winnaar van het programma krijgt een exclusief optreden met Anky van Grunsven en Salinero, drie concerten in het voorprogramma van Jan Vayne en tot slot vijf pianolessen van Roel van Velzen, met als repertoire alleen maar stukken met als reikwijdte een kwint (dit in verband met de anatomie van de docent).

Alternatieven voor “So you can think you can play the piano” zijn “Pianist zoekt vleugel” en “The pianist of Holland”. Dit laatste is een format voor de meer gevorderde pianisten. Tijdens de auditie zitten de juryleden (misschien andere juryleden dan bij SYTYCPTP?) met hun gezicht naar de kandidaat gericht. Zodra er ook maar één foute noot wordt gespeeld, drukken zij één voor één op een knop en draait hun stoel weg van de deelnemer. Als alle vier de juryleden op de knop hebben gedrukt, is het einde oefening. Wat de kandidaat namelijk niet weet, is dat bij vier omgedraaide stoelen, het luik onder de pianobank open gaat, en hij/zij linea recta van het podium verdwijnt. Voor de beeldvorming stel ik voor dat het publiek gelijktijdig de reactie van de aanwezige familieleden kan zien. Televisie is uiteindelijk emotie…toch?

Ik kan me voorstellen dat al deze suggesties u nogal overdonderen. Ik stel daarom voor dat we elkaar binnenkort ontmoeten voor een nadere kennismaking en het uitwerken van bovenstaande formats. Mijn intentie? Van klassieke muziek een spektakel maken voor heel Nederland, of ze het nou willen of niet!

Met muzikale groeten,

Alexander Buskermolen
CEO Lexo Music Productions

LMP_logo_300dpi

Column Pianowereld 5-2012

Gooi en smijtwerk

Een paar maanden geleden werd ik gebeld door een goede kennis en collega van me. Als dirigent/pianist van een groot operettekoor had hij voor de laatste tien regie-repetities een pianist nodig. Zo had hij zijn handen vrij voor het dirigeren. Of ik zin had om dat te doen? Na de rustige zomermaanden had ik wel zin in een uitdagend project, dus direct na mijn heerlijke vakantie in Frankrijk afgesproken om de muziek door te nemen. Ik had de muziek net binnen, dus hij speelde alles wel even voor. So far, so good.

Hoewel operette vergeleken met opera  vaak als lichtzinniger en makkelijker ‘verteerbaar’  wordt gezien, geldt dit niet bepaald voor het klavieruittreksel dat ik op de lessenaar heb staan. Honderd pagina’s zwart…fijn! Met de eerste repetitie al over een paar dagen was het lastig om optimistisch te blijven. Dat red ik nooit! Ik maak er een puinhoop van! Misschien moeten ze maar iemand anders regelen….U begrijpt het wel, met zo’n gedachtegang kom je niet veel verder. Tijd voor een plan van aanpak!

Eerst maar eens beginnen met de ouverture. Ik heb nu een aantal operaproducties begeleid en ik weet dat alle belangrijke thema’s in die ouverture voorbij komen. Met een beetje mazzel staan ze in de rest van het stuk in dezelfde toonsoort. Zo niet, dan heb ik in ieder geval de beweging al in de vingers. Bij deze operette, Gräfin Mariza (schijnt erg bekend te zijn, ik had er nog nooit van gehoord) is het element van herhaling in mijn voordeel. Met de ouverture en wat losse stukjes in de vingers was het tijd voor de eerste repetitie. Op hoop van zegen dan maar.

De regisseur legde het koor uit wat die avond op het programma stond. Uiteraard niet wat ik had voorbereid… Een schuine blik naar de dirigent, ik wist dat het een heftig avondje ging worden. Na zijn bemoedigende woorden: “Maak je geen zorgen joh, je leert de noten wel tijdens de repetitie”, was het tijd om de scene te starten.
De truc is uiteindelijk om zover mogelijk vooruit te lezen om zo alle sprongen en snelle noten goed voor te bereiden. Zodra je ook maak één moment stopt met vooruit lezen, loopt het in de soep. Uiteraard geldt: hoe langzamer het tempo, hoe makkelijker het is om vooruit te lezen (er vanuit gaande dat je geen vierenzestigste nootjes hoeft te spelen). Helaas voor mij geen langzame tempi. Gewoon gaan, niet nadenken, pakken wat je pakken kunt en de rest….bluffen. Ik heb die eerste repetitie een wereldrecord foute noten en bijzondere toonsoorten neergezet. De kunst zit hem trouwens niet in alle noten kunnen spelen, maar in het snel selecteren wat belangrijk is voor het koor. Harmonie, vereenvoudigde melodieën  en het juiste tempo. Ook hier is het element ‘flow’ erg belangrijk. Als je eenmaal in de beweging zit, is alles prima. Raak je even de kluts kwijt? Succes ermee.

Het goedkeurende knikje van de dirigent na afloop van de tweede repetitie zorgde bij mij voor flinke opluchting en meer vertrouwen voor de rest van het project. Het koor had gelukkig alle geduld en waardering voor mijn bijdrage, ik scheen net zo bezorgd te kijken als bij de eerste repetitie van mijn vriend de dirigent. Ik heb het maar als compliment opgevat.

Alexander Buskermolen

 

Column Pianowereld 4-2012

Sinds ik in Gouda woon, inmiddels zo’n 1,5 jaar, ben ik serieus gaan lesgeven. Aanvankelijk was het nog even sprokkelen met de leerlingen, maar per 1 september a.s. zal ik wekelijks 25 leerlingen achter de piano hebben. Meer kan en wil ik er niet hebben, er moet nog wel tijd overblijven om zelf flink wat uren te studeren (of één van mijn 10 hobby’s te beoefenen)

Met zoveel nieuwe leerlingen is het altijd spannend om te zien hoe de verschillende (veelal) jonge pianisten en pianistes zich ten opzichte van elkaar ontwikkelen. Bij de ene leerling moet ik de eerste zin nog uitspreken of hij heeft het eerste liedje al foutloos gespeeld, en snapt hij hoe de methode begint met “op vingerzetting spelen”. De andere leerling heeft niet eens in de gaten dat zijn boek ondersteboven staat en dat de noten en tekst dus niet zo makkelijk te lezen zijn. Bij wijze van spreken natuurlijk. (uitzonderingen daar gelaten)
Ik heb me er in het bijzonder over verbaasd hoe iedere leerling, jong en oud, een eigen en compleet unieke benadering en aanname heeft over hoe je de toetsen moet indrukken. Ik begrijp dat de vingers van een 6-jarige nog niet zo sterk zijn, maar als je ziet dat zo’n schattig meisje met haar “Hello Kitty schrift” en “Spongebob Squarepants potloden” de piano benadert als een 19e eeuwse typemachine, dan zou je bijna vergeten dat het indrukken van de toets gemiddeld maar zo’n 50 gram aan druk vergt. Zo’n onnatuurlijke benadering, want dat is het uiteindelijk, is eerder regel dan uitzondering. Des te verwonderlijker is het als een nieuwe leerling direct en zonder enige inmenging van ondergetekende een mooie heldere toon weet te produceren in het allereerste liedje dat hij of zij ten gehore brengt. Wat verschillen mensen toch enorm, fantastisch!

Waar de jonge kinderen niet zo in verschillen is de hoeveelheid en het soort excuusjes dat aan het begin van de les wordt opgesomd als verklaring waarom ze die week maar twee of drie keer hebben geoefend. Ze zijn zelfs zo origineel dat ik er bijna zeker van ben dat het geen kopieergedrag is. Ouders hebben zo weer hun eigen argumentatie…
Hier een top vijf van excuusjes van de kleine creatievelingen:

  1. Er kwam een vriendje logeren (die bleef blijkbaar de hele week en is wellicht allergisch voor pianoklank?)
  2. Boeken kwijt
  3. Schrift kwijt (boek wel weer gevonden, wist nu niet wat ik moest oefenen)
  4. Mama had hoofdpijn, ik mocht niet spelen (arm kind, arme vader :) )
  5. Vergeten te oefenen (verbazingwekkend genoeg komt dit ook voor bij kinderen die al 2 jaar les hebben…)

Zoals u begrijpt, moet ik soms mijn best doen om m’n lachen in te houden. Ik geniet iedere week weer van de spontane, soms (understatement) wat gechargeerde verhalen van die kleintjes. Of het nou aan het begin van de les is of spontaan midden in een liedje, er is van alles dat ze bezig houdt en dat de moeite waard is om met mij te delen. Zo lang ze ook maar genoeg van mij leren, en het dan ook nog onthouden, vind ik het prima. En het geeft geregeld inspiratie voor een column…

Alexander Buskermolen

Column Pianowereld 3-2012

Pianocoach of pianoleraar?

Eén van de vele voordelen van het internet is dat je met een paar klikken een hoop te weten kunt komen over collega pianodocenten. Bij veel van hen kom ik de term coaching of pianocoach tegen. Maar wat doet een pianocoach anders dan de pianoleraar?

Allereerst maar even de definitie van coaching volgens Wikipedia:

“Coaching is een vorm van persoonlijke begeleiding op basis van een gelijkwaardige één-op-één-relatie. De coachee leert, de coach  leerproces. Binnen het coachingstraject worden de doelen vooraf bepaald. Doel van de coaching is het vergroten van de persoonlijke effectiviteit van de coachee”.

De hierboven beschreven aspecten van coaching zijn letterlijk terug te vinden in de “standaard” pianoles. Zo geef ik bijvoorbeeld uitsluitend privéles, dus is er sprake van een één-op één situatie. Ook ga ik uit van gelijkwaardigheid, iets dat compleet los staat van de hoeveelheid kennis waar iemand (de coach/leraar)over beschikt. De pianoles heeft als doel, of zou als doel moeten hebben, het aanleren van het studieproces van de leerling. Hoe eerder je jezelf overbodig maakt hoe beter! Dit zou een doel op zich kunnen zijn, maar misschien is het handig om het leerdoel wat algemeen te omschrijven, bijvoorbeeld:
“het met plezier en ontspanning kunnen spelen van repertoire naar keuze, dat in het bereik ligt van de technische mogelijkheden van de leerling”.

Als pianoleraar ben je er voornamelijk om de leerling inzicht te geven in de manieren van studeren om zo het bovenstaande te bereiken. Natuurlijk hoort daar ook het verbeteren van foutjes en het veranderen van vingerzettingen bij, maar het zou niet het grootste deel van de pianoles moeten beheersen. Mijn bezwaar tegen de tegenstelling in de titel van dit mini betoog is dan ook dat er helemaal geen tweedeling is. In ieder geval niet als je het op deze manier uitlegt. Er bestaat echter nog een andere invalshoek…

Pianocoach zou ook kunnen betekenen dat hij of zij zowel pianist is alsook, al dan niet gecertificeerd, coach. De pianocoach heeft een opleiding tot coach gevolgd, en begrijpt haarfijn hoe de persoonlijkheid van mensen is opgebouwd, en hoe door middel van het stellen van de juiste vragen de reflectie op het studiegedrag wordt vergroot. Een ander onderdeel van de coaching aan de piano (weer eens wat anders dan koffie aan de piano!) is het vinden en benoemen van parallellen tussen het spel van de leerling en het gedrag in alle andere aspecten van zijn/haar leven.
Zo zou je theoretisch kunnen stellen dat een leerling die grote moeite heeft met de fysieke ontspanning (lees: controle wil hebben) op andere gebieden ook een “controlefreak” is. De oplossing die in de pianoles (of was het nou coaching?) wordt bereikt, zou weer kunnen worden vertaald naar een oplossing voor de alledaagse drang tot controle.

Kortom, weet waar je aan begint voordat je jezelf tot pianocoach bombardeert. Er kleeft namelijk een flinke verantwoordelijkheid aan. Als je je kunt vinden in mijn definitie van de “standaard” pianoles, laat dan het stempel van coach achterwege en wees trots op je beroep als pianodocent. Dat is soms al lastig genoeg!

Alexander Buskermolen

Column Pianowereld 2-2012

Frustratie versus inspiratie

Eén van de grootste verschillen tussen de (semi)prof en de amateur is dat de eerste MOET spelen, er vanuit gaande dat een nieuw beroep kiezen geen optie is natuurlijk. De eisen die aan een professioneel musicus worden gesteld zijn dat je vrijwel foutloos speelt, een sterke podiumpresentatie hebt en natuurlijk in staat bent om je publiek mee te nemen op een muzikale reis. Deze verantwoordelijkheden kunnen de creativiteit en ontspanning soms flink in de weg zitten. Maar ja, wat doe je dan als je op maandagochtend om 9:00 uur achter de piano kruipt, inspiratieloos en opkijkend tegen een stapel onleesbare bladmuziek?

De gemiddelde amateur musicus heeft één “verplichting” en dat is dat hij/zij regelmatig naar de les gaat om samen met de docent aan de stukken te sleutelen. Over het algemeen speelt deze musicus puur voor het plezier en vanwege de liefde voor de muziek of specifieke stijlen en composities. De perfecte motivatie om met veel enthousiasme en overgave dagelijks achter het instrument te kruipen. Misschien kunnen de profs hier nog wat van leren tijdens de inspiratieloze momenten.

Inmiddels heb ik een paar manieren gevonden om mezelf een beetje op te peppen op de momenten dat de drang om te spelen niet volledig aanwezig is. Hier een kort overzicht dat u misschien ook van pas komt:

  1. Ga regelmatig naar een live concert toe. Pianorecital, kamermuziek concert, symfonisch concert, jazz recital, het maakt niet uit. Laat u verrassen door het enorme aanbod aan talentvolle musici in Nederland, zowel bij de categorie Jong Talent als bij de meer gevestigde musici. Let op het gemak waarmee deze mensen spelen, en het plezier dat zij hebben in het delen van hun muziek. Schakel eens tussen analytisch luisteren en wegdromen bij de muziek. Beiden hebben zo hun voordelen!
  2. Wissel eens van docent, voor één of twee lessen. Een frisse blik op uw eigen ontwikkeling doet wonderen. Hoe goed een docent ook is, hij of zij werkt altijd binnen een eigen kader, en zal ongetwijfeld sommige aspecten minder belangrijk vinden dan andere. Daarnaast wennen docent en leerling ook aan elkaar, en bestaat er de kans dat de band die er tussen beiden ontstaat, de feedback wat minder effectief maakt. Elk voordeel heeft zijn nadeel zullen we maar zeggen.
  3. Ik heb het al eens eerder gezegd, maar YouTube en sites zoals www.medici.tv (volledige klassieke concerten op topniveau) zijn ware inspiratie boosters. Als u op zoek bent naar nieuw repertoire, of een nieuw voorbeeld zoekt: dit zijn de sites. Onthoud wel: clips kijken valt niet onder studeren. Het echte werk gebeurt natuurlijk aan de piano!
  4. Begin uw studiemoment eens met het heel langzaam spelen van een paar toonladders. Concentreer je hierbij puur op de klank en de ontspanning van polsen en armen. Grote kans dat u na tien minuten alle motivatie hebt om eens flink met de stukken aan de slag te gaan.

Fijne studieweken en speelmomenten gewenst!

Alexander Buskermolen

Column Pianowereld 1-2012

De belevenissen van een bladluis..deel I

December is voor de meeste musici een drukke maand. Zangers en zangeressen moeten opdraven voor kerstconcerten en nachtmissen, strijkers schnabbelen bij met achtergrondmuziek op de nodige bedrijfsborrels, en pianisten zijn druk met een combinatie van het bovenstaande. December stond voor mij in het teken van het voorbereiden van een druk nieuw concertjaar en…12 concerten als bladluis.

Bladluis is een wat oneerbiedige term voor de bladomslaander van kamermuziekconcerten waarbij een prominente rol voor de pianist is weggelegd. In tegenstelling tot de solorecitals waarbij de pianist vrijwel altijd uit zijn hoofd speelt, wordt bij het spelen van kamermuziek gewoon met partituur gespeeld. Wie wel eens een pianokwartet van Johannes Brahms heeft doorgelezen of gespeeld, ziet onmiddellijk dat de dappere pianist die aan dit werk begint geen seconde de tijd heeft om zijn bladzijden om te slaan.

Eind december vindt traditiegetrouw het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht (IKFU) plaats. Dit festival, met artistiek leider Janine Jansen, trekt ieder jaar weer duizenden concertbezoekers en met een gevarieerd aanbod van topmusici wordt er op hoog niveau gemusiceerd. Sinds drie jaar werk ik voor het IKFU in de bescheiden functie van bladomslaander. Acht concerten in vier dagen met muziek van Schumann, Brahm, Dubugnon, Beethoven, Schubert, Mozart, Klára Schumann-Wieck en vele anderen. Voor mij is dit een leuke invulling van de kerstvakantie: je ontmoet topmusici, je zit op de beste plek om de muziek van dichtbij mee te maken, er gebeurt van alles achter de schermen en ik krijg er ook nog eens goed voor betaald.

Toen ik deze week aan een vriendin (geen musicus) uitlegde wat ik daar bij dat festival deed, duurde het tien minuten voordat ze stopte met lachen. Het idee dat je wordt betaald om blaadjes om te slaan en dat het überhaupt nodig is, was blijkbaar totaal nieuw voor haar. Hoewel ik ook wel snap dat het een grappig idee is, en zoiets als blaadjes omslaan simpel lijkt heb ik het de afgelopen jaren regelmatig mis zien gaan. Een selectie van ongelukjes: per ongeluk meerdere blaadjes omslaan, te vroeg of juist te laat omslaan waardoor de pianist met een woeste slag de partituur terug mept, een bladomslaander die zelf de partituur van de lessenaar slaat, fout terugslaan bij een herhaling in de expositie of in het scherzo/rondo, per ongeluk bij het gaan zitten langs de toetsen (bassen) gaan waardoor er in een verstild moment een knal op de lage “a” klinkt. Wat te denken van bladzijden lang “pianogeweld” op hoge snelheid, mega gecompliceerde moderne werken waarbij je je afvraagt hoe iemand zoiets kan schrijven, laat staan instuderen. Kortom, zo simpel is het niet!

Als je een aantal keer bij professionele concerten hebt gebladluisd (volgend jaar als werkwoord in de dikke Van Dale?) merk je ook dat iedere pianist zo zijn eigen voorkeuren en ook eigenaardigheden heeft. De uitdaging is voor de bladluis is dan om zo rustig en onopvallend mogelijk (en natuurlijk goed) je werk te doen. Voor alle mensen die dus wel eens op de stoel naast de pianist zitten: trek je niets aan van de grapjes van de onwetenden. Weet dat pianisten (ja ik ook!) ontzettend blij zijn als er een kundig iemand naast je zit die zijn werk goed doet. Uiteindelijk draag je bij aan een mooi muzikaal geheel. Ga zo door!

Voorspoedig en muzikaal 2012 gewenst!

Alexander Buskermolen


Alexander Buskermolen :: Telefoonnummer: +31(0)182-602795 :: Mobiele telefoon: +31(0)6-28415721